Omgevingsvergunningen


In het kader van de omgevingsvergunning moeten diervoederbedrijven voldoen aan verschillende verplichtingen rond milieubescherming en veiligheid. Op deze pagina vind je een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten, met focus op de GPBV-regelgeving en het beheer van stofexplosierisico’s (GEX). De GPBV-vereisten bepalen onder meer welke milieumaatregelen bedrijven moeten nemen en welke technieken toegepast moeten worden om emissies en impact op de omgeving te beperken. Tegelijk moeten bedrijven ook het extern risico van stofexplosies in kaart brengen als onderdeel van hun vergunningsaanvraag.

BFA ondersteunt haar leden bij deze verplichtingen via praktische tools en richtlijnen, zoals het GEX-model en sectorale handboeken, zodat bedrijven op een efficiënte en conforme manier kunnen voldoen aan de geldende regelgeving.

GPBV-bedrijven


Om de milieu-impact van bedrijven te kunnen monitoren en verlagen, vervaardigde de Europese Commissie richtlijnen rond Best Beschikbare Technieken (BBT), die vervat zitten in het BREF document (Best Available Techniques Reference). BBT zijn technieken die goed zijn voor het milieu en economisch haalbaar zijn voor een bedrijf, zodat een hoog niveau van bescherming van mens en milieu verzekerd kan worden.

Omdat hun industriële installaties een grote impact kunnen hebben op het milieu, krijgen sommige bedrijven het label GBPV (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging). De GPBV-bedrijven zijn verplicht om uiterlijk vier jaar na publicatie van de studie (i.e. december 2023) de nieuwe BBT’s te implementeren. 

BBT's in de diervoedersector

Voor de diervoedersector zijn vooral de BBT’s rond stofemissie, geurhinder, ongevallenvoorkoming en energievermindering van toepassing. De BBT vormen een referentiepunt voor de vergunningsvoorwaarden van bedrijven, zowel in Vlaanderen als in Europa.

Om haar leden te helpen bij het opstellen en uitvoeren van een milieubeheersysteem, organiseerde BFA in 2023 - in samenwerking met Amelior - een praktijkgerichte opleiding op maat van de sector uit.

GEX


Een stofexplosie (of stofontploffing) is een explosieve verbranding van stofdeeltjes in de lucht. Ruimtes met een verhoogd risico zijn onder meer silo’s, laadzones en menginstallaties. De grondstoffen die gebruikt worden voor de productie van diervoeder kunnen onder bepaalde omstandigheden ontvlambaar zijn. Om dit risico te beheersen, stelde Europa richtlijnen op onder de naam ATEX (ATmosphères EXplosibles).

Veiligheid in de diervoederfabriek

Diervoederfabrikanten zijn verplicht om hun bedrijf in te delen in zones op basis van het risico op stofexplosies. Daarnaast moeten installaties en machines geëvalueerd worden op vlak van stofexplosieveiligheid en arbeidsveiligheid. Omdat de toepassing van deze richtlijnen complex kan zijn, ontwikkelde BFA een handboek voor het opstellen van een stofexplosieveiligheidsdocument.

In het kader van de omgevingsvergunning moeten bedrijven ook het extern risico van een stofexplosie op de omgeving in kaart brengen. Hiervoor ontwikkelde BFA, in samenwerking met een erkende veiligheidsdeskundige, het GEX-model. 

Update GEX-model

In 2026 werd het GEX-model geactualiseerd, na ongeveer 15 jaar gebruik. De onderliggende berekeningsmethodiek blijft behouden, maar het model kreeg een technische update en een gebruiksvriendelijkere interface. Daarnaast werd een nieuwe inputfunctie via Excel toegevoegd, wat het gebruik vereenvoudigt. Ook de handleiding werd aangepast aan deze vernieuwingen.

Hulp van BFA nodig? 

Moet je jouw omgevingsvergunning vernieuwen en wil je gebruik maken van het GEX-model? Of heb je ondersteuning nodig bij de toepassing ervan? Contacteer ons voor toegang, begeleiding of een opleiding.


CONTACTEER ONS