Diergezondheid

BFA en haar leden hechten veel belang aan een duurzame veehouderij waarbij de gezondheid en het welzijn van dieren centraal staan.

Door te blijven investeren in nieuwe technologieën en ontwikkelingen, deden we in de loop der jaren veel kennis op over wat onze dieren echt nodig hebben. Diervoederfabrikanten besteden daarom extra aandacht aan de nutritionele waarde van het voeder. Ook de samenstelling van het voer, de kwaliteit en duurzaamheid van grondstoffen en de vorm waarin het voer wordt toegediend zijn belangrijke elementen. 

Hoewel het voeder een belangrijke factor is in de ondersteuning van de gezondheid van een dier, kunnen ook externe oorzaken de gezondheid van dieren in het gedrang brengen.

De preventie van dierziekten ligt in de eerste plaats bij een goede bioveiligheid. Bij ziekte-uitbraken moet er snel en efficiënt gereageerd worden om verdere verspreiding te vermijden. Ook de diervoedersector draagt hier een steentje aan bij. 

Wist je dat?


Braadkippenhouders die geconfronteerd worden met een Salmonellabesmetting (SE/ST) op hun bedrijf, kunnen via het InterventieFonds Salmonella een vergoeding aanvragen ter compensatie van de afwaardering in het slachthuis.


MEER  WETEN?


BFA-bioveiligheidsprotocol voor diervoederfabrikanten


Europese lidstaten moeten strikte maatregelen volgen zodra ze geconfronteerd worden met een uitbraak van wettelijk bestreden dierziekten. Deze maatregelen zijn opgenomen in de Animal Health Law. Zo worden er bij uitbraken o.a. restrictiezones ingesteld, het vervoer en het contact met de besmette regio’s wordt beperkt, en wordt er een verhoogde bioveiligheid ingesteld.

Diervoederbedrijven willen natuurlijk vermijden dat zij via hun activiteiten bijdragen aan de insleep van dierziekten. Tegelijk blijft het essentieel dat alle dieren, ook binnen restrictiezones, continu en veilig van voeder worden voorzien. Daarom ontwikkelde BFA een sectoraal bioveiligheidsprotocol. Dit protocol ondersteunt diervoederfabrikanten en transporteurs bij het beperken van risico’s tijdens voederleveringen.

Het omvat niet alleen maatregelen voor crisissituaties, maar ook een basisbioveiligheid die permanent moet worden toegepast. Het protocol werd goedgekeurd door het FAVV. Medewerkers uit de sector kunnen bovendien via handige fiches gemakkelijk nagaan welke maatregelen op een bepaald moment van toepassing zijn. 

Het protocol werd in april 2026 geactualiseerd en bestaat uit drie niveaus: 
Niveau 1 – basisbioveiligheid
Niveau 2 – verhoogde waakzaamheid / levering buiten de zones
Niveau 3 – levering binnen de gereglementeerde zones

Wat moet je doen bij een uitbraak?

Bij een uitbraak van een dierziekte moeten diervoederbedrijven en transporteurs de bioveiligheidsmaatregelen strikt toepassen en per levering het juiste niveau bepalen, in lijn met de richtlijnen van het FAVV.

► Het juiste niveau hangt af van de situatie, de betrokken diersoort en de ligging van het landbouwbedrijf ten opzichte van de 3 km- en 10 km-zones. Leveringen binnen deze zones vereisen bijkomende maatregelen.

► Om verspreiding te voorkomen, is het belangrijk dat chauffeurs en medewerkers contacten met veehouderijen zorgvuldig beheren. Voertuigen, materialen en contactpunten moeten na elk risicocontact grondig worden gereinigd en ontsmet.

► Transporten worden best georganiseerd van laag naar hoog risico. Leveringen in beperkingszones gebeuren bij voorkeur op het einde van de werkdag. Een goede registratie en volledige traceerbaarheid van leveringen blijven essentieel.


Heb je nog vragen en/of opmerkingen?

CONTACTEER ONS

Nuttige documenten


Het BFA-bioveiligheidsprotocol richt zich tot diervoederfabrikanten, transporteurs en medewerkers die betrokken zijn bij de levering van diervoeder of bezoeken aan veehouderijen. 

► BFA bioveiligheidsprotocol (enkel beschikbaar voor leden)

► BFA bioveiligheidsprotocol fichesVogelgriep / Afrikaanse varkenspest / Mond- en Klauwzeer

► BFA lijst van tank cleaning stations voor het reinigen en ontsmetten van vrachtwagens & verklaring reiniging en ontsmetting (enkel beschikbaar voor leden)

Wat moet je doen bij een uitbraak in een buurland?

Ook bij uitbraken in o.a. Nederland en Frankrijk moeten diervoederbedrijven en transporteurs zich houden aan de richtlijnen. Meer informatie vind je in onderstaande bijlagen. 

Afrikaanse varkenspest



Afrikaanse varkenspest (AVP) is een zeer besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een asfivirus. Het virus zorgt voor ernstige symptomen bij varkens en wilde everzwijnen. AVP-virus is aanwezig in bloed, weefsels, urine en uitwerpselen en kan ook lang overleven in varkensvlees en karkassen van gestorven dieren.

Afrikaanse varkenspest wordt verspreid via:
  • rechtstreeks contact met geïnfecteerde varkens of everzwijnen;
  • onrechtstreekse overdracht door opname van besmet voeder of etensresten met onvoldoende verhit vlees
  • besmet materiaal (kledij, laarzen, voertuigen, ...)
Het sterftecijfer bij zieke dieren kan oplopen tot 100%. Daarnaast is het virus erg resistent en bestaat er nog geen behandeling. Voor mensen vormt  Afrikaanse varkenspest geen gevaar. 

Vogelgriep



Aviaire influenza (AI), ook wel vogelgriep of vogelpest genoemd, is een zeer besmettelijke virusziekte dat circuleert onder de wilde vogelpopulatie. Van het virus bestaan er veel verschillende subtypes. Sinds 2023 staat Europa de vaccinatie tegen vogelgriep toe, waarbij elke lidstaat de ruimte krijgt om vaccinatie al dan niet te implementeren. Verschillende Europese landen zijn gestart met proefprojecten voor vogelgriepvaccinatie. In België wordt vaccinatie (nog) niet toegepast.

Besmetting van pluimvee kan plaatsvinden via:

  • direct contact met zieke dieren
  • blootstelling aan besmet materiaal
  • de lucht
Wilde (water)vogels zijn vaak virusdragers, zonder dat zij zichtbaar ziek zijn. Mest van deze dieren kan ongemerkt in de stal worden gebracht (bijv. via vuile schoenen) en zo een besmetting bij pluimvee veroorzaken.